 |
Afgelopen twee maanden hebben meer dan 200 jongeren uit het voortgezet onderwijs hard gewerkt aan hun visie op de toekomst van natuur en landschap in Drenthe. In de rol van landschapsarchitecten zoomden ze in op een specifiek gebied bij hen in de buurt, zoals de Nieuwveense landen, de Drentsche Aa, het Reestdal en de Es rond Norg. Wat zijn nou typische Drentse landschappen? En welke natuur hoort daarbij? Hoe passen wonen, werken en recreëren daarbij? En hoe kunnen we optimaal van rust, ruimte en natuur genieten? Want – zo luidt de opdracht aan de leerlingen – jullie zijn degenen die over dertig jaar in dit Drentse landschap wonen, werken en recreëren. The future is now!
Nadat gedeputeerde Tanja Klip het jongerensymposium opende met enkele stellingen, stond de middag geheel in het teken van de plannen van de jonge landschapsarchitecten. Een prachtig plan voor de Nieuwveense landen, waarin geconcentreerde huizenbouw afgewisseld werd met veel water en groen; kleinschalige ontwikkelingen in en rond de bossen van Norg, maar nadrukkelijk géén bebouwing op de Es en een prachtig Reestdal met karakteristieke zandpaden, waarbij natuur en toerisme hand in hand gingen,. Alhoewel de natuur toch wel de belangrijkste factor was.
De jongeren presenteerden hun plannen aan elkaar én aan heuse experts. Deze experts luisterden aandachtig en kwamen soms met lastige vragen op de proppen. Maar de deskundige landschapsarchitecten hadden bijna overal een antwoord op. De complimenten voor de leerlingen waren dan ook niet van de lucht! Zo ook de complimenten van Annette Imhof, directeur van provincie Drenthe. Aan haar was de eer toebedeeld om de leerlingen na al het harde werken de verdiende oorkondes uit te reiken. Zij zegde toe de plannen van de jongeren intern te bespreken om te kijken waar de provincie haar voordeel zou kunnen doen met het werk van de jonge landschaparchitecten.
Deelnemende scholen aan het onderwijsproject ‘Niks is zoas ’t lek’ zijn het Dr. NassauCollege (Norg), De Nieuwe Veste (Coevorden), Rechterenschool (Meppel), VechtdalCollege (Dedemsvaart), Winkler Prins (Veendam) en Zernike College (Haren). Het onderwijsproject werd gefinancierd door de Provincie Drenthe, VSBfonds en JM Fonds.
|
|